Wet arbeidsmarkt in balans

De overheid vond het tijd om de balans tussen vaste en flexibele arbeidscontracten te verbeteren. Het kabinet heeft een pakket maatregelen opgesteld om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken om mensen in vaste dienst te nemen. Dit wetsvoorstel – de Wet arbeidsmarkt in balans – heeft op 5 februari 2019 de stemming in de Tweede Kamer voor het grootste deel overleefd. Het lijkt er dus op dat deze wet er daadwerkelijk gaat komen. De wet zal pas op zijn vroegst op 1 januari 2020 ingaan, maar moet nog wel door de Eerste Kamer worden aangenomen. De belangrijkste wijzigingen op een rijtje:

Ketenregeling wordt opgerekt. Nu heeft een werknemer na een dienstverband van 24 maanden recht op een contract voor onbepaalde tijd. Deze termijn wordt opgerekt naar 36 maanden.

De oproeptermijn wordt langer. De wetgever wil flexibele arbeid minder flexibel maken. De oproeptermijn wordt vier dagen. Een werknemer moet dus minimaal vier dagen van tevoren opgeroepen worden om te komen werken. Als de werkgever zich hier niet aan houdt, mag de werknemer weigeren. Ook heeft de oproepkracht na een jaar recht op een contract met een vast aantal uren. Dit beslaat dan het gemiddeld aantal uren dat hij of zij in dat jaar heeft gewerkt.

Direct recht op transitievergoeding. Momenteel moet men twee jaar in dienst zijn, alvorens aanspraak te kunnen maken op een transitievergoeding bij ontslag. Deze wachttijd wordt geschrapt, zodat werknemers bij ontslag ook na een korter dienstverband recht kunnen hebben op een transitievergoeding.

Cumulatiegrond. Er komt een ontslaggrond bij, te weten de “i-grond”. Deze ontslaggrond kan worden ingezet om een ontslag te bereiken, wanneer de andere ontslaggronden net niet voldoen. Door deze ontslaggrond kun je ontslaggronden combineren, waardoor ontslag toch mogelijk is. Indien een werkgever een beroep doet op deze i-grond, kan de rechter een extra vergoeding toekennen van maximaal de helft van de hoogte van de transitievergoeding, en deze vergoeding staat los van de billijke vergoeding.

Gelijke behandeling payrollers. Payrollers krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als mensen die in dienst zijn bij de opdrachtgever (pensioen uitgezonderd). Voor payrollers golden eerst dezelfde regels als voor uitzendkrachten, maar de Wetgever wil daar dus vanaf.